|
|
De zoektocht van Randal Corsen
De 28-jarige Antilliaanse pianist Randal Corsen plaatste zich de laatste jaren in de kijker met zijn eigen Cross Currents, door bij het latin-jazz kwintet van Gerardo Rosales te spelen, en als begeleider van rising star Izaline Calister. Ook is hij prominent lid van de latin-jazz formatie Bye-Ya! die vrijdag 6 april in Bimhuis te Amsterdam haar nieuwe cd presenteert. Kortom, tijd voor een gesprek.
Tien jaar geleden kwam de in Curaçao geboren en getogen Randal Corsen naar Nederland om bouwkunde te gaan studeren aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Toen hij dat een jaar gedaan had, werd de drang om de muziek in te gaan te sterk en koos hij voor een opleiding aan het Tilburgs conservatorium. "Deep down inside heb ik altijd al iets met muziek willen doen. Maar ja, als je het ouderlijk huis verlaat dan word je toch overtuigd van het feit dat je met muziek niet zon zeker bestaan kan leiden. Ze zeggen dat het leuk is als hobby, maar dat je er niet van kunt rondkomen en dat soort clichés. Clichés die overigens vaak wel terecht zijn. Maar goed, toen ik eenmaal hier was, ben ik gaan nadenken over wat ik eigenlijk wilde doen. Dat was voor mij toch muziek."
Op de middelbare school zat hij in popbandjes en daarnaast speelde hij ook klassieke muziek. Pas toen hij op het conservatorium zat, begon hij te spelen bij jazz- en salsa formaties. Het conservatorium zelf was voornamelijk een klassiek gerichte opleiding. Maar tijdens zijn studie nam hij de door de school geboden vrijheid met twee handen aan en gebruikte die om zich ook te verdiepen in jazz en latin. "Tilburg was natuurlijk niet een zeer multiculturele stad. Over mij werd al gauw geoordeeld van ach, die Randal komt uit het Caribisch gebied, die komt uit Paramaribo (dat was voor hen hetzelfde), dus hij zal wel een goede latin pianist zijn. En ik dacht: Oh, ben ik een goede latin pianist? Dan moet ik me maar eens gauw gaan verdiepen in wat ik zogenaamd goed kan, want ik had nog nooit salsa gespeeld. Vanaf die tijd ben ik ermee bezig gegaan."
Op het conservatorium speelde hij samen met percussionist Michiel Westerhuis, die later bekend werd met Medicamento, zowel Braziliaanse als Cubaanse jazz. Westerhuis liet hem onder andere opnames van Eddie Palmieri horen en in die tijd leerde hij de structuren van de Cubaanse muziek kennen. Vervolgens ontmoette hij de bassist Ati de Windt, die op dat moment bij het salsaorkest Jazmin y Las Siete Potencias speelde. "Ati heeft mij als pianist bij die band gehaald. Hij is de boosdoener die mij de salsa in heeft gesleept, op aanraden van Eric Calmes overigens."
"Ik was op zich nog niet zo lang met die muziek bezig, maar ik kom uit het Caribisch gebied, dus ik voelde die muziek wel al snel aan. Kijk, je moet natuurlijk ook wel weten hoe die muziek in elkaar zit. Het komt je niet allemaal zo maar aanwaaien. Maar als je van jongs af aan zoveel van die muziek hebt gehoord, dan blijft dat onbewust bij je. Net als je een nieuwe taal gaat leren. Als je die voor het eerst op je twintigste hoort, dan moet je helemaal van voren af aan beginnen. Maar als je jong bent, en je hebt Spaans bijvoorbeeld al vaak op de televisie en radio gehoord, dan gaat het je later veel gemakkelijker af om het te leren. Met de muziek is het volgens mij net zo. De voedingsbodem is er."
Ik hoef niet te spelen als een Cubaan
Naast het spelen is ook het schrijven van muziek steeds belangrijker geworden voor Corsen. Zo begon hij met het schrijven van arrangementen voor de salsaband Perla Negra en later ook voor Izaline Calister en Gerardo Rosales. "Ik vind arrangeren echt heel interessant om te doen. Ook voor mijn trio. Voor zon kleine formatie vind ik het vooral interessant om themas helemaal uit te werken, zodat je ook tegen-melodieën krijgt en er verwijzingen naar klassieke muziek ontstaan. De arrangementen voor het repertoire van Izaline heb ik met veel plezier gemaakt omdat ik toen iets met Antilliaanse muziek kon doen. En dan niet met blazers maar met gitaar en een andere bezetting dan je vaak bij latin-groepen ziet."
Ondanks zijn jonge leeftijd begint een eigen stijl van arrangeren zichtbaar te worden. Al stelt de pianist bescheiden dat het ook voort kan komen uit een gebrek zijnerzijds, waarmee hij doelt op zijn beperkte woordenschat omdat hij geen specifieke opleiding voor het arrangeren heeft gevolgd. Dat het bewerken van Antilliaanse muziek hem goed afgaat, is natuurlijk niet verwonderlijk. "Je drukt je toch het best uit in je eigen taal. Het zijn mijn roots. Ik vind het geweldig om me in die muzikale taal uit te drukken en dan vooral met muzikanten die dezelfde roots hebben. Curaçao is maar een klein eiland en het is misschien moeilijk te concurreren met Cubaanse en Braziliaanse muziek. Maar wij Antilliaanse muzikanten kunnen ons er wel mee van de rest onderscheiden. Ik hoef niet te spelen als een Cubaan, want wat hij heeft, zal ik nooit krijgen. Maar ik heb ook iets wat hij niet heeft. Je moet uitgaan van wat jezelf te bieden hebt."
Nederland en de ex-koloniën
Toch lijkt het erop dat de Cubaanse fusie met jazz op een warmer onthaal kan rekenen dan de Antilliaanse muziek. Maar is dat wel zo? Corsen twijfelt even als hij hierop antwoordt. "ik moet een tegenstrijdig antwoord geven. Ik heb vaak de indruk dat alles wat uit de ex-koloniën komt, niet meteen erg hoog wordt ingeschat. Er blijft ook een nare verhouding hangen. Wat overigens van beide kanten komt hoor. Maar ik zie hoe er hier in het nieuws steeds maar weer negatief wordt gesproken over Antilianen die weer eens iets fouts hebben gedaan. Het wordt nooit in zijn context geplaatst. Er wordt nooit over de geschiedenis gesproken en over hoe het komt dat de situatie zo slecht is. Dat vind ik zonde want je krijgt een soort stigma op je gedrukt dat niet reëel is." Dat negatieve stigma wordt ook gevoeld door de Antilliaanse muzikanten, aldus Corsen. Hij ziet dat er muzikanten zijn die zich dat stigma laten opleggen en in een slachtofferrol vervallen. Hijzelf gaat daar tegenin en wil zich bewijzen als muzikant. "De cd van Izaline is hier ontzettend goed ontvangen en daarmee hebben we toch bewezen dat Antilliaanse muziek hier niet persé minder wordt gewaardeerd. Over het algemeen kregen we hele goede recensies. Men heeft ook belangstelling om de band te boeken. Dus dat is een positieve ontwikkeling."
Ook andere muziek uit de voormalige koloniën, om maar even in het jargon te blijven, heeft in het verleden toch waardering gekregen. Denk bijvoorbeeld aan Cedric Dandare, Ronald Snijders en Grupo Zamanakitoki van Eric Calmes. Toch wil Corsen niet mee in mijn positieve gedachtegang dat deze muziek flink in de belangstelling staat en wellicht floreert. "Nee, ik vind niet dat het nu goed gaat. Ik denk wel dat de ingrediënten er zijn om er iets moois van te maken. Wij moeten onszelf beter gaan organiseren. Een potje zelfverwijt is hier wel op zijn plaats. Vele bands zijn slecht georganiseerd en laten een slechte indruk achter. Ja, dan hoeven ze ook nooit meer terug te komen natuurlijk. Ik hoop dat ons succes met Izaline anderen motiveert om serieus aan de slag te gaan."
Het plezier van Bye-Ya!
Bye-Ya! is een vrij nieuwe latin-jazz groep die naast Randal Corsen de muzikanten Mick Paauwe (bas), Jens Kerkhoff (congas), Liber Torriente (drums) en Jarmo Hoogendijk (trompet) herbergt. Een groep die voor het grootste gedeelte lijkt te bestaan uit muzikanten die Cubaans georiënteerd zijn. Dat vindt ook Randal Corsen, maar hij bestrijdt dat er alleen maar in de Cubaanse traditie wordt gespeeld. "Ik hamer erop dat we open blijven spelen. Ik heb geen zin om de hele avond te zitten beuken en met spierpijn naar huis te gaan. En ik denk dat we ook een open stijl van spelen hebben ontwikkeld, niet alleen door mijn toedoen uiteraard. Ik vind het jammer als de pianist alleen de montunos speelt en dat daar overheen gesoleerd wordt. Dat is een bepaald concept voor latin-jazz, maar ik vind het te beperkt. Ik houd meer van een suggestieve en spannende stijl van spelen waar ik bij Bye-Ya! ook de ruimte voor krijg. Het leuke van deze groep is dat we elkaar beter laten spelen. We voelen elkaar aan en elke keer als we samenspelen, zitten we er gewoon van te genieten. Er zijn mensen die verwonderd zeggen dat ze me nog nooit zo hebben horen spelen als bij Bye-Ya! Dat doet me wel wat."
|